De combinatie van grassen en kruidachtige planten is bijzonder belangrijk voor de biologische diversiteit, aangezien deze biotopen steeds minder vaak voorkomen in cultuurlandschappen als gevolg van intensief gebruik, ontwatering of verwaarlozing. Beddingen en drassige weiden vormen waardevolle leefomgevingen voor inheemse diersoorten zoals de kievit en het paapje, maar ook voor vlinders en sprinkhanen. Amfibieën, zoals de bruine kikker, gebruiken de weiden ook als zomerhabitat, aangezien de vochtige tot waterige ondergrond een goede schuilplaats vormt.